Citaat | Gerechtshof Amsterdam 20 juni 2017
Onder 2.12 Gerechtshof Amsterdam 20 juni 2017
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 20 juni 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:2407.
Op grond van de onder 2.9 en 2.10 weergeven getuigenverklaringen en het overwogene onder 2.11 gaat het hof ervan uit dat [A] tijdens de voorlichtings-bijeenkomsten steeds, zoals hij heeft verklaard, uitdrukkelijk heeft gezegd dat de TOW niet pensioendragend bleef en de PT wel en dat van de zijde van BPF daarop toen verder niet is gereageerd. Wat betreft de getuigenverklaring van [E] geldt allereerst dat hij slechts heeft verklaard zich niet te herinneren dat [A] dergelijke interventies pleegde (hetgeen, het werd al eerder in een ander verband overwogen, niet hetzelfde is als een ontkenning - laat staan een duidelijke ontkenning - van dergelijke interventies). Met betrekking tot het tweede hiervoor onder 2.10 gegeven citaat geldt dat de door [A] aan [E] (op de juiste wijze) verzonden e-mail van 20 februari 2008 duidelijk maakt dat [E] destijds geweten moet hebben dat de TOW “ een kwestie ” voor DHL was. [E] heeft weliswaar ook nog verklaard dat het hem onwaarschijnlijk lijkt dat [A] altijd zei dat de TOW niet pensioendragend bleef “ want dan zouden wij daarover zeker na de bijeenkomst gesproken hebben ”, maar dit spoort juist met de getuigenverklaring van [A], die immers verklaarde dat de bewuste aangelegenheid tijdens een nabespreking onderwerp van gesprek is geweest. [E] verklaarde voorts nog dat hij ergens vóór 1 januari 2010 - een nadere tijdsaanduiding kon [E] niet geven - een keer tegen [A], in de wandelgangen van kantoor Amersfoort, heeft gezegd dat de TOW wel degelijk pensioendragend was, maar deze verklaring acht het hof te onbepaald om gewicht in de schaal te leggen. Bij een en ander overweegt het hof ten slotte nog dat DHL c.s. tijdens het procesdebat ter zake steeds een eenduidig en specifiek standpunt heeft ingenomen (zie conclusie van antwoord sub 1.4.14, slot, en 2.1.3 onder d, conclusie van dupliek in conventie sub 3.1.5 en 3.1.6 en memorie van grieven sub 5.8.4) en dat dit standpunt tijdens dat debat door BPF steeds slechts in algemene bewoordingen is ontkend. Ten slotte merkt het hof in dit verband nog op dat naast [E] nog twee andere personen de bewuste voorlichting van de zijde van BPF hebben gegeven (daarover bestaat geen discussie), dat deze personen niet als getuigen zijn gehoord en van deze zijde dus geen ander licht op de onderhavige aangelegenheid is geworpen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/400bb83fc3f1d076a73398f4a7276f14b3c3aecb608e3fe505ada414d695cf84. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 400bb83fc3f1d076a73398f4a7276f14b3c3aecb608e3fe505ada414d695cf84, en de alinea staat in dat document op bytes 25023 tot 27439.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/400bb83fc3f1d076a73398f4a7276f14b3c3aecb608e3fe505ada414d695cf84 | shasum -a 256