Citaat | Gerechtshof Amsterdam 29 juni 2017

Onder 3.4.3 Gerechtshof Amsterdam 29 juni 2017

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 29 juni 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:2496.

Uit een verslag dat is opgemaakt van een op 23 februari 2006 door [getuige 7] en [Fred R.] gevoerd telefoongesprek blijkt dat [getuige 7] weet wie hij aan de telefoon heeft, ook al maakt [Fred R.] zich niet bij naam bekend; kennelijk (her)kennen zij elkaar. [Fred R.] kondigt aan dat hij overdag in de sportschool van [getuige 7] wil trainen. [getuige 7] zegt dat dat goed is, dat [Fred R.] het gewoon moet proberen en dat hij ( [getuige 7] ) meestal ’s ochtends aanwezig is. [getuige 7] zegt vervolgens dat zij dan samen wat kunnen gaan doen. [Fred R.] zegt vervolgens dat hij de volgende dag even langs zal rijden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d3eb6739a9cec7cb3099855d2be357cca09ad4e0be1846b2648531aa61c278fc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d3eb6739a9cec7cb3099855d2be357cca09ad4e0be1846b2648531aa61c278fc, en de alinea staat in dat document op bytes 513868 tot 514563.