Citaat | Gerechtshof Amsterdam 29 juni 2017

Onder 1.6.3 Gerechtshof Amsterdam 29 juni 2017

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 29 juni 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:2496.

Wel is het in het algemeen denkbaar dat er sterke aanwijzingen voor die betrokkenheid kunnen ontstaan. Daardoor kan de officier van justitie overgaan tot het instellen van een (opsporings)onderzoek waarin hij de kroongetuige (alsnog) als verdachte aanwijst. En ook is het in het algemeen denkbaar dat de Staat de met de kroongetuige gemaakte afspraak tussen partijen ter discussie stelt. Beide gevolgen als zodanig hebben echter geen effect in de strafzaak van de verdachte. Wel kan het zijn dat dit een en ander de betrouwbaarheid van door de kroongetuige afgelegde verklaringen zodanig aantast dat die verklaringen daardoor niet meer voor bewijsgebruik in aanmerking komen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d3eb6739a9cec7cb3099855d2be357cca09ad4e0be1846b2648531aa61c278fc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d3eb6739a9cec7cb3099855d2be357cca09ad4e0be1846b2648531aa61c278fc, en de alinea staat in dat document op bytes 43512 tot 44200.