Citaat | Gerechtshof Amsterdam 29 juni 2017

Onder 3.2.3 Gerechtshof Amsterdam 29 juni 2017

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 29 juni 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:2496.

De eerste rechter-commissaris heeft zich een oordeel gevormd over de betrouwbaarheid van de getuige na twee rondes van verhoren. De eerste ronde heeft plaatsgehad in de periode 4 februari 2010 tot en met 27 april 2010; de eerste sessie van de tweede ronde tussen 27 april 2010 en 12 mei 2010. Het oordeel van deze rechter-commissaris luidt dat de getuige de gestelde vragen volledig heeft beantwoord. Hij verklaarde zonder aarzelen en gedetailleerd. Ook heeft de getuige inzicht geboden in diens redenen van wetenschap. Hierop kan de rechter-commissaris vrijwel geen toelichting geven gelet op het belang van afscherming van de identiteit van de getuige. Op diezelfde grond zijn de gegeven antwoorden die betrekking hebben op de redenen van wetenschap van de getuige buiten het proces-verbaal van verhoor gehouden. Van een verborgen agenda of van op de achtergrond meespelende eigen belangen van de getuige is volgens de rechter-commissaris niet gebleken. Evenmin heeft de getuige de indruk gewekt zijn verklaring mooier of interessanter te maken, dat hij loog of fantaseerde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d3eb6739a9cec7cb3099855d2be357cca09ad4e0be1846b2648531aa61c278fc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d3eb6739a9cec7cb3099855d2be357cca09ad4e0be1846b2648531aa61c278fc, en de alinea staat in dat document op bytes 236390 tot 237543.