Citaat | Gerechtshof Amsterdam 29 juni 2017
Onder 3.2.5 Gerechtshof Amsterdam 29 juni 2017
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 29 juni 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:2496.
Een ander voorbeeld is de kwestie of de getuige heeft waargenomen dat [Willem H.] , [Dino S.] en [Ali A.] zich afzonderden. In de rompverklaring is de passage opgenomen dat de getuige de indruk had “dat als er zakelijk werd gesproken zij afgezonderd met hun drieën spraken.” Tijdens de eerste verhoorronde bij de rechter-commissaris daarentegen heeft Q5 verklaard dat hij niet de indruk had dat ze zich afzonderden. Naar het oordeel van het hof manifesteert zich hier het beperkte karakter van zowel de rompverklaring als de verklaringen die bij de rechter-commissaris zijn afgelegd. Het gaat om formuleringen die elkaar niet uitsluiten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d3eb6739a9cec7cb3099855d2be357cca09ad4e0be1846b2648531aa61c278fc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d3eb6739a9cec7cb3099855d2be357cca09ad4e0be1846b2648531aa61c278fc, en de alinea staat in dat document op bytes 245040 tot 245761.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d3eb6739a9cec7cb3099855d2be357cca09ad4e0be1846b2648531aa61c278fc | shasum -a 256