Citaat | Gerechtshof Amsterdam 29 juni 2017

Onder 3.3.2 Gerechtshof Amsterdam 29 juni 2017

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 29 juni 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:2496.

Ditzelfde geldt voor een punt dat in deze inleidende beschouwing niet onvermeld kan blijven. [Peter la S.] heeft veel kennis waarover hij heeft verklaard van horen zeggen. De persoon van [Jesse R.] is daarbij veruit de belangrijkste bron. [Jesse R.] heeft volgens [Peter la S.] tijdens hun detentie in de jaren 1994 en 1995 verteld over door hem in 1993 gepleegde moorden. En in de periode waarin de moorden op Houtman en Van der Bijl zijn voorbereid en gepleegd trok [Peter la S.] voortdurend met [Jesse R.] op en hoorde hij van hem waar en met wie hij contact had. [Peter la S.] zat er weliswaar dicht op maar heeft zelf weinig tot geen directe ervaringen met die contactpersonen van [Jesse R.] . Daar komt bij dat [Peter la S.] zelf over [Jesse R.] heeft gezegd dat deze met “desinformatie” kon “strooien”.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d3eb6739a9cec7cb3099855d2be357cca09ad4e0be1846b2648531aa61c278fc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d3eb6739a9cec7cb3099855d2be357cca09ad4e0be1846b2648531aa61c278fc, en de alinea staat in dat document op bytes 283378 tot 284273.