Citaat | Gerechtshof Amsterdam 29 juni 2017
Onder 3.3.3 “ Gerechtshof Amsterdam 29 juni 2017
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 29 juni 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:2496.
[Peter la S.] heeft op diverse momenten verklaard dat hij in de verkennende fase van zijn contacten met de CIE terughoudend is geweest. Zijn vertrouwen in de politie moest nog groeien. Ook kan uit zijn verklaringen worden opgemaakt dat er een mentale barrière ten aanzien van de moord op Houtman bestond. [Peter la S.] heeft pas een kleine twee maanden nadat hij was begonnen kluisverklaringen af te leggen, zijn betrokkenheid bij deze moord bekend. Veelzeggend is hetgeen [Peter la S.] hierover ter terechtzitting van 28 november 2011 heeft gezegd: “.. dat in de wet staat dat een getuige de waarheid moet spreken, dat zal zo zijn en dat betreft een getuige die ter terechtzitting moet verklaren. Maar een getuige die gesprekken met CIE-ers moet voeren, waarbij jarenlange gevangenisstraffen in het spel zijn, laat niet in één keer het achterste van zijn tong zien.“ Wat er zij van de juistheid en maatschappelijke aanvaardbaarheid van deze opvatting, [Peter la S.] heeft hiermee getypeerd wat zijn houding was in de vroege fase van contact met de politie waarin hij al wel inhoudelijk verklaarde.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d3eb6739a9cec7cb3099855d2be357cca09ad4e0be1846b2648531aa61c278fc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d3eb6739a9cec7cb3099855d2be357cca09ad4e0be1846b2648531aa61c278fc, en de alinea staat in dat document op bytes 288125 tot 289485.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d3eb6739a9cec7cb3099855d2be357cca09ad4e0be1846b2648531aa61c278fc | shasum -a 256