Citaat | Gerechtshof Amsterdam 29 juni 2017
Onder 3.3.5 Gerechtshof Amsterdam 29 juni 2017
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 29 juni 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:2496.
In hoger beroep zijn op 28 augustus 2014 na een daartoe strekkende opdracht van het hof van 4 juli 2014 de journaals van de overige oriënterende gesprekken ingebracht. Daarbij heeft de rechter-commissaris getoetst of er onderdelen buiten de stukken dienden te blijven wegens veiligheidsbelangen. Uit deze selectie blijkt [slachtoffer 8] meer dat [Peter la S.] op 14 augustus 2006 heeft gezegd dat hij niet direct over [Willem H.] kan verklaren maar, zo heeft de CIE-ambtenaar genoteerd, “als we [Dino S.] (het hof begrijpt: [Dino S.] ) kunnen pakken hebben we [Willem H.] ook”. Op 18 augustus 2006 heeft [Peter la S.] [Fred R.] genoemd als betrokkene bij de moord op Van der Bijl en [Dino S.] als de opdrachtgever.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d3eb6739a9cec7cb3099855d2be357cca09ad4e0be1846b2648531aa61c278fc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d3eb6739a9cec7cb3099855d2be357cca09ad4e0be1846b2648531aa61c278fc, en de alinea staat in dat document op bytes 310439 tot 311334.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d3eb6739a9cec7cb3099855d2be357cca09ad4e0be1846b2648531aa61c278fc | shasum -a 256