Citaat | Gerechtshof Amsterdam 29 juni 2017
Onder 3.3.5 Gerechtshof Amsterdam 29 juni 2017
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 29 juni 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:2496.
Een ander punt is de opmerking van [Peter la S.] in W04-03 dat in november 2004 een huis in Limburg en een busje met geblindeerde ramen voor de voortvluchtige [Jesse R.] moesten worden geregeld. Volgens de verdediging zou [Peter la S.] dit plan aan [Willem H.] hebben toegeschreven in kluisverklaring 4 en later, ter terechtzitting van 28 november 2011, aan [Dino S.] . Het hof merkt op dat [Willem H.] niet is genoemd in deze context; [Peter la S.] spreekt over “ze”. Reeds daarom kan niet van een indeplaatsstelling, zoals gedefinieerd door de verdediging, sprake zijn geweest. Bovendien valt het ook niet te begrijpen omdat in november 2011 de [Willem H.] -weglatingen reeds waren onthuld en bij [Peter la S.] , voor zover daarvan sprake zou zijn geweest, geen behoefte bestond [Dino S.] nog in plaats van [Willem H.] te belasten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d3eb6739a9cec7cb3099855d2be357cca09ad4e0be1846b2648531aa61c278fc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d3eb6739a9cec7cb3099855d2be357cca09ad4e0be1846b2648531aa61c278fc, en de alinea staat in dat document op bytes 316335 tot 317249.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d3eb6739a9cec7cb3099855d2be357cca09ad4e0be1846b2648531aa61c278fc | shasum -a 256