Citaat | Gerechtshof Amsterdam 29 juni 2017
Onder 3.3.7 Gerechtshof Amsterdam 29 juni 2017
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 29 juni 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:2496.
Daarnaast dringt één kwestieus aspect in het bijzonder zich op. Tijdens het verhoor bij de rechter-commissaris van de getuige op 1 september 2011 komt aan de orde dat de getuige pas bij deze gelegenheid voor het eerst over de loods spreekt en dat hij dit niet eerder tegen de advocaten met wie hij contact had gehad, had verteld. De getuige heeft ter terechtzitting van 19 januari 2012 toegelicht dat de aanleiding om de loods als locatie te noemen was gelegen in wrevel die bij hem was ontstaan in de richting van [Peter la S.] . De getuige NN1 bleek tijdens genoemd verhoor bij de rechter-commissaris op de hoogte te zijn van de inhoud van de verklaringen van de F-getuigen die onder meer over een loods als locatie van de moord hebben verklaard. Het voorgaande betekent dat (de totstandkoming van) het enige onderscheidende element in de verklaring van NN1 zoveel vragen oproept dat hierin geen ondersteuning kan worden gelezen voor de door de verdediging geopperde suggestie.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d3eb6739a9cec7cb3099855d2be357cca09ad4e0be1846b2648531aa61c278fc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d3eb6739a9cec7cb3099855d2be357cca09ad4e0be1846b2648531aa61c278fc, en de alinea staat in dat document op bytes 335787 tot 336973.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d3eb6739a9cec7cb3099855d2be357cca09ad4e0be1846b2648531aa61c278fc | shasum -a 256