Citaat | Gerechtshof Amsterdam 29 juni 2017
Onder 3.3.7 Gerechtshof Amsterdam 29 juni 2017
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 29 juni 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:2496.
Uit de uitlatingen van [getuige 4] zoals gedaan tegenover [slachtoffer 15] en [journalist 1] en, in mindere mate, uit diens verklaringen kan worden afgeleid dat [Jesse R.] mogelijk een actieve rol bij de moord heeft gehad. De wijze waarop [getuige 5] verslag heeft gedaan van de ontmoeting bij het wegrestaurant wijst in de richting van betrokkenheid van zowel [Jesse R.] als [Peter la S.] , in elk geval bij het wegmaken van het lijk. Dit alles verdraagt zich moeilijk met de verklaring van [Jesse R.] zelf dat hij aanwezig was als mediator en dat [Peter la S.] , nadat [betrokkene 15] bewust niet gericht op [slachtoffer 13] had geschoten, als enige [slachtoffer 13] met door hem afgevuurde kogels dodelijk heeft verwond.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d3eb6739a9cec7cb3099855d2be357cca09ad4e0be1846b2648531aa61c278fc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d3eb6739a9cec7cb3099855d2be357cca09ad4e0be1846b2648531aa61c278fc, en de alinea staat in dat document op bytes 338950 tot 339686.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d3eb6739a9cec7cb3099855d2be357cca09ad4e0be1846b2648531aa61c278fc | shasum -a 256