Citaat | Gerechtshof Amsterdam 29 juni 2017

Onder 3.4.1 Gerechtshof Amsterdam 29 juni 2017

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 29 juni 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:2496.

Volgens de door [Astrid H.] als getuige ter terechtzitting van het hof afgelegde verklaring waren volgens haar broer betalingen aan [Fred R.] –zij onderscheidt een wekelijks en een maandelijks bedrag – niet gedaan, en is dat de reden voor [Fred R.] geweest voor het afleggen van zijn verklaringen. [Willem H.] heeft aan haar de exacte bedragen verteld, dat het anderen dan haar broer waren die het geld brachten, en dat toen [Astrid H.] aan haar broer vroeg waarom hij het financiële probleem met [Fred R.] dan niet oploste het probleem al was geëscaleerd. Voorts heeft [Willem H.] aan deze zus gezegd dat [Fred R.] niet op de motor (het hof begrijpt: de motorfiets die is gebruikt bij de aanslag op Van Hout in 2003) heeft gezeten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d3eb6739a9cec7cb3099855d2be357cca09ad4e0be1846b2648531aa61c278fc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d3eb6739a9cec7cb3099855d2be357cca09ad4e0be1846b2648531aa61c278fc, en de alinea staat in dat document op bytes 432050 tot 432865.