Citaat | Gerechtshof Amsterdam 13 april 2017

Alinea 96 Gerechtshof Amsterdam 13 april 2017

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 13 april 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:2826.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 6 (zes) maanden , niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 3 (drie) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn/haar identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe93edce3eac84a8b576dd543d3e411d2b1365f77bc9579f2a7a9343a88d0302. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe93edce3eac84a8b576dd543d3e411d2b1365f77bc9579f2a7a9343a88d0302, en de alinea staat in dat document op bytes 24395 tot 25319.