Citaat | Gerechtshof Amsterdam 3 januari 2017

Onder 5.11. Gerechtshof Amsterdam 3 januari 2017

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 3 januari 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:29.

Het overgangsrecht en de onbeperkte navorderingstermijn 5.12.1. De inspecteur heeft gesteld dat de grammaticale uitleg van artikel 66, derde lid, Sw door de rechtbank volledig losstaat van de maatschappelijke en juridische context en dat de maatschappelijke opvattingen die voor ‘de gewone taalgebruiker’ vanzelfsprekend zijn aldus zijn genegeerd. De uitleg van de rechtbank is volgens de inspecteur in strijd met de ‘maatschappelijke beleving’ die ‘nu eenmaal’ inhoudt dat fraude wordt bestreden en dat verzwegen buitenlands vermogen in de heffing wordt betrokken. De inspecteur baseert deze stelling mede op de toelichting die de Kamerleden Braakhuis en Bashir hebben gegeven op het (nader gewijzigde) amendement op het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2011 (Kamerstukken II 2010/11, 32.505, nr. 27, p. 1 en 2).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/72aaed411fd4df69a70c2e552532f7cfa7377ff36766ee40bd2d12d7f9e15bb7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 72aaed411fd4df69a70c2e552532f7cfa7377ff36766ee40bd2d12d7f9e15bb7, en de alinea staat in dat document op bytes 34740 tot 35657.