Citaat | Gerechtshof Amsterdam 3 januari 2017
Onder 5.18. Gerechtshof Amsterdam 3 januari 2017
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 3 januari 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:29.
De stelling van de inspecteur dat artikel 66, derde lid, Sw bedoeld is om fraude te bestrijden acht het Hof op zichzelf juist. Deze stelling – en dat geldt ook voor de ‘maatschappelijke beleving’ zoals de inspecteur die ervaart – vormt noch een rechtvaardiging, noch een dwingende reden voor een in de tijd onbeperkte toepassing van artikel 66, derde lid, Sw.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/72aaed411fd4df69a70c2e552532f7cfa7377ff36766ee40bd2d12d7f9e15bb7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 72aaed411fd4df69a70c2e552532f7cfa7377ff36766ee40bd2d12d7f9e15bb7, en de alinea staat in dat document op bytes 41847 tot 42228.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/72aaed411fd4df69a70c2e552532f7cfa7377ff36766ee40bd2d12d7f9e15bb7 | shasum -a 256