Citaat | Gerechtshof Amsterdam 3 januari 2017

Onder 5.4. Gerechtshof Amsterdam 3 januari 2017

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 3 januari 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:29.

6. De rechtbank is allereerst van oordeel dat uit de letterlijke tekst van artikel 66, derde lid, van de Sw niet volgt dat – zoals verweerder betoogt – aan de bepaling onbeperkte terugwerkende kracht toekomt in die zin dat ook voor nalatenschappen als de onderhavige, waarvoor de bevoegdheid tot navordering reeds is vervallen, de in de tijd onbeperkte navorderingsbevoegdheid geldt. De bepaling spreekt immers van het niet vervallen van de bevoegdheid tot navordering, hetgeen aldus kan worden opgevat dat de bevoegdheid tot navordering nog aanwezig diende te zijn ten tijde van de inwerkingtreding van de bepaling, derhalve op 1 januari 2012. De rechtbank overweegt evenwel dat voor de interpretatie van de strekking en reikwijdte van de bepaling tevens de parlementaire geschiedenis van belang is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/72aaed411fd4df69a70c2e552532f7cfa7377ff36766ee40bd2d12d7f9e15bb7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 72aaed411fd4df69a70c2e552532f7cfa7377ff36766ee40bd2d12d7f9e15bb7, en de alinea staat in dat document op bytes 20367 tot 21184.