Citaat | Gerechtshof Amsterdam 1 augustus 2017
Onder 3.4 Gerechtshof Amsterdam 1 augustus 2017
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 1 augustus 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:3136.
Het hof stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat de verwachting over de toekomstige ontwikkeling van de relevante rente, één van de elementen is die van belang zijn bij de keuze om het renterisico op een krediet al dan niet af te dekken en de beantwoording van de vraag welk instrument daarvoor in het concrete geval het meest geschikt is. In dit geval staat verder vast dat ABN AMRO in 2005 en in juni 2008 voor het verstrekken van het krediet als voorwaarde heeft gesteld dat het rente risico door middel van een derivaat moest worden afgedekt. ABN AMRO heeft bij pleidooi in hoger beroep toegelicht dat zij gelet op omvang van de financiering in verhouding tot het gebrek aan eigen vermogen en de verwachte kastromen uit de onderneming niet bereid zou zijn geweest het krediet te verstrekken indien het renterisico niet zou worden afgedekt. In het kredietaanbod van 4 juni 2008 is als voorwaarde opgenomen dat [naam maatschap] het renterisico dient af te dekken door middel van rentederivaten en dit is, na aanvaarding van het aanbod door [naam maatschap] , tussen partijen overeengekomen en heeft derhalve als uitgangspunt te gelden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/69a845cb789a5bbd94eb6093b4c41da02453532611d3caa5f009e555ccdcd48d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 69a845cb789a5bbd94eb6093b4c41da02453532611d3caa5f009e555ccdcd48d, en de alinea staat in dat document op bytes 35384 tot 36550.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/69a845cb789a5bbd94eb6093b4c41da02453532611d3caa5f009e555ccdcd48d | shasum -a 256