Citaat | Gerechtshof Amsterdam 8 september 2017

Onder 3.2 Gerechtshof Amsterdam 8 september 2017

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 8 september 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:3850.

Ik ben van mening dat het hof mijn verzoeken tot het horen van de getuige [J.C.] en tot het doen van aanvullend onderzoek ten onrechte heeft afgewezen. Ik kan me wel vinden in de beslissing van het hof om de overige door mij verzochte getuigen af te wijzen. Ik ben van mening dat de waarheidsvinding en mijn recht op een eerlijk proces door de beslissing van het hof worden geschaad. Het hof ontneemt mij de mogelijkheid om aan tonen dat ik ten onrechte ben aangehouden en dat ik niet ben voorgeleid aan een hulpofficier van justitie, zoals voorgeschreven in de wet. Zou ik wel in de gelegenheid worden gesteld om deze feiten en omstandigheden aan te tonen, dan zal dat de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de strafvervolging tot gevolg hebben of dien ik te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d63d0c8d23819d01e6d6142953eea8b65ac33e63eb9fca9dfaf40cee77f0f012. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d63d0c8d23819d01e6d6142953eea8b65ac33e63eb9fca9dfaf40cee77f0f012, en de alinea staat in dat document op bytes 16544 tot 17383.