Citaat | Gerechtshof Amsterdam 14 november 2017

Onder 3.5.2. Gerechtshof Amsterdam 14 november 2017

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 14 november 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:4683.

Het hof dient eerst vast te stellen aan de hand welk recht beoordeeld moet worden of de door de curatoren gestelde overeenkomst tussen BI en Indover is gesloten. Daarvoor is bepalend het recht dat op de overeenkomst van toepassing is, veronderstellenderwijs aannemende dat deze tot stand is gekomen. Voor de vaststelling van het toepasselijk recht komt hier in aanmerking het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst, trb. 1980, 156 (hierna: EVO). Aangezien geen rechtskeuze is gesteld, is het recht van het land waarmee de gestelde overeenkomst het nauwst is verbonden van toepassing (art. 4 lid 1 EVO). Ingevolge art. 4 lid 2 EVO wordt vermoed dat de overeenkomst het nauwst is verbonden met het land waar de partij die de kenmerkende prestatie moet verrichten op het tijdstip van het sluiten van de overeenkomst haar hoofdbestuur heeft. Bij gebreke van andere door partijen aangedragen concrete aanknopingspunten is dit vermoeden hier beslissend. Ingevolge de gestelde overeenkomst rust de kenmerkende prestatie op BI (namelijk om ervoor te zorgen dat Indover haar verplichtingen kan blijven nakomen). Aangezien BI ten tijde van het gestelde sluiten van de overeenkomst haar hoofdbestuur in Jakarta had, moet de primaire vordering worden beoordeeld naar Indonesische recht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4b453090e678ca15737b8dca7859dd7089b6d4e12f04d77bef83ea3d348bb0a3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4b453090e678ca15737b8dca7859dd7089b6d4e12f04d77bef83ea3d348bb0a3, en de alinea staat in dat document op bytes 116585 tot 117915.