Citaat | Gerechtshof Amsterdam 14 november 2017

Onder 3.6.3. Gerechtshof Amsterdam 14 november 2017

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 14 november 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:4683.

Nu de vordering strekt tot herstel van de verhaalsmogelijkheden van de faillissementsschuldeisers, dat wil zeggen hun verhaalsmogelijkheden binnen het kader van het faillissement, valt de opbrengst van de vordering echter wel in de boedel en komt derhalve de gezamenlijke schuldeisers ten goede in de vorm van een toename van het overeenkomstig de uitdelingslijst te verdelen boedelactief. Zijn bevoegdheid tot het geldend maken van dergelijke vorderingen ontleent de curator aan de hem in art. 68 lid 1 Fw gegeven opdracht tot beheer en vereffening van de failliete boedel. Een vordering ter zake van een onrechtmatige daad die gepleegd is ten opzichte van een bepaalde groep van schuldeisers van de gefailleerde, valt echter buiten de grenzen van de in art. 68 lid 1 Fw aan de curator gegeven opdracht terwijl ook overigens in de Faillissementswet daarvoor geen grondslag valt te vinden. Zie voor een en ander HR 16 september 2005, ECLI:NL:RVS:2005:AT7997, NJ 2006/311 (De Bont/Bannenberg q.q.) en HR 24 april 2009, ECLI:NL:HR:2009:BF3917, NJ 2009/416 (Dekker/Lutèce).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4b453090e678ca15737b8dca7859dd7089b6d4e12f04d77bef83ea3d348bb0a3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4b453090e678ca15737b8dca7859dd7089b6d4e12f04d77bef83ea3d348bb0a3, en de alinea staat in dat document op bytes 140014 tot 141100.