Citaat | Gerechtshof Amsterdam 4 december 2017
Onder 6.2.3. Gerechtshof Amsterdam 4 december 2017
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 4 december 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:5021.
Op 24 november 2013 om 22:29 uur belt de verdachte [bijnaam]. [bijnaam] deelt de verdachte mee dat de dokter bij hem is, dat die wil weten waarom de verdachte “het” (het hof begrijpt: een medische verklaring) wil hebben, dat het volgens de wet niet voor behandeling gebruikt wordt, dat de dokter zegt dat het een spierontspanner is en “anestetisch”, waarop de verdachte zegt dat hij (het hof begrijpt: de dokter) “het precies zo moet zetten” (het hof begrijpt: opschrijven). [bijnaam] vraagt de verdachte of de dokter op moet schrijven dat het een middel is voor hem (de verdachte). De verdachte antwoordt bevestigend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/40dbd3d63b77e289abfe7b574ab51a0c38096fa42a5fd205204af35b9e1bfb94. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 40dbd3d63b77e289abfe7b574ab51a0c38096fa42a5fd205204af35b9e1bfb94, en de alinea staat in dat document op bytes 41197 tot 41841.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/40dbd3d63b77e289abfe7b574ab51a0c38096fa42a5fd205204af35b9e1bfb94 | shasum -a 256