Citaat | Gerechtshof Amsterdam 4 december 2017

Onder 6.2.3. Gerechtshof Amsterdam 4 december 2017

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 4 december 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:5021.

In een volgend gesprek op 25 november 2013 om 14:44 uur vertelt de verdachte [bijnaam] wat er precies in de verklaring moet komen te staan: “zeg dat het een behandeling is, dat het gebruikt wordt voor mensen die niet kunnen slapen. Dat het gebruikt wordt om te slapen. Zeg hem dat dit met iets in de mond gaat, met een zuurstof ademhaling apparaat”. De verdachte vraagt [bijnaam] wanneer hij “dit” in een e-mail kan verwachten. Om 17:37 uur spreken de verdachte en [bijnaam] elkaar weer. In dit gesprek zegt [bijnaam] tegen de verdachte: “Heb je begrepen wat hij gaat doen? Hij gaat het op dat papier zeggen/schrijven dat jij op het consult bent gekomen met slaapproblemen en ’s nachts ademhalingsproblemen, dat je benauwd wordt. Dus hij heeft dat medicijn voor je gezet/voorgeschreven.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/40dbd3d63b77e289abfe7b574ab51a0c38096fa42a5fd205204af35b9e1bfb94. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 40dbd3d63b77e289abfe7b574ab51a0c38096fa42a5fd205204af35b9e1bfb94, en de alinea staat in dat document op bytes 41914 tot 42738.