Citaat | Gerechtshof Amsterdam 4 december 2017
Onder 6.2.3. Gerechtshof Amsterdam 4 december 2017
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 4 december 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:5021.
De zus van [slachtoffer 1], [naam 6] heeft reeds op 18 november 2013 als getuige verklaard dat zij van haar nichtje [naam 7] had vernomen dat de vriendin van [slachtoffer 1], [naam 8], in de nacht van dinsdag op woensdag (het hof begrijpt: van 12 op 13 november 2013) [slachtoffer 1] telefonisch had gesproken. In dat gesprek vertelde [slachtoffer 1] haar dat [verdachte] (het hof begrijpt: de verdachte) hem vijftien minuten voor het slapen gaan een injectie in zijn rug zou geven tegen de astma.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/40dbd3d63b77e289abfe7b574ab51a0c38096fa42a5fd205204af35b9e1bfb94. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 40dbd3d63b77e289abfe7b574ab51a0c38096fa42a5fd205204af35b9e1bfb94, en de alinea staat in dat document op bytes 54174 tot 54685.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/40dbd3d63b77e289abfe7b574ab51a0c38096fa42a5fd205204af35b9e1bfb94 | shasum -a 256