Citaat | Gerechtshof Amsterdam 4 december 2017

Onder 7.1.3. Gerechtshof Amsterdam 4 december 2017

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 4 december 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:5021.

De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat het zou kunnen dat hij bemiddeld heeft bij het aangaan van deze overlijdensrisicoverzekering, maar ook uit het navolgende kan die betrokkenheid worden afgeleid. Immers, in verband met de aanvraag van de verzekering diende [slachtoffer 2] gekeurd te worden. Deze keuring heeft plaatsgevonden in aanwezigheid van de verdachte op 5 juli 2013. Na een afwijzing van de aanvraag door verzekeringsmaatschappij TAF op 11 juli 2013 heeft de verdachte op 15 juli 2013 naar Cunningham Lindsey gebeld, de risico-analist die door TAF was ingeschakeld, met de vraag waarom de aanvraag voor de levensverzekering was afgewezen. De verdachte heeft zich bij die gelegenheid voorgedaan als [slachtoffer 2].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/40dbd3d63b77e289abfe7b574ab51a0c38096fa42a5fd205204af35b9e1bfb94. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 40dbd3d63b77e289abfe7b574ab51a0c38096fa42a5fd205204af35b9e1bfb94, en de alinea staat in dat document op bytes 95425 tot 96194.