Citaat | Gerechtshof Amsterdam 4 december 2017

Onder 8.3. Gerechtshof Amsterdam 4 december 2017

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 4 december 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:5021.

Op 20 juli 2010 is een overlijdensrisicoverzekering afgesloten op het leven van [naam 1] voor een bedrag van € 299.999,00. Uit de polis volgt dat de verdachte de tweede begunstigde van de verzekering was. Op 28 september 2011 heeft de verdachte ING schriftelijk verzocht om uitkering van het verzekerde geldbedrag in verband met het overlijden van [naam 1]. Daartoe heeft hij onder meer een overlijdensakte en een uittreksel uit het GBA (waarin de datum van overlijden van [naam 1] is opgenomen) naar ING verzonden. Naar aanleiding van gerezen vragen bij ING omtrent het overlijden van [naam 1] heeft de verdachte een vragenlijst ingevuld en een brief geschreven waarin hij heeft verklaard dat [naam 1] en hij beste vrienden waren, dat zij tot het laatst een zeer hechte band hadden, dat het overlijden als een grote klap kwam dat de verdachte door het verlies niet meer in staat was om te werken en te studeren. De verdachte heeft voorts in een door ING toegezonden vragenlijst ingevuld dat een zekere [naam 10] getuige is geweest van het overlijden van [naam 1] en de naam vermeld van de dokter die het overlijden zou hebben vastgesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/40dbd3d63b77e289abfe7b574ab51a0c38096fa42a5fd205204af35b9e1bfb94. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 40dbd3d63b77e289abfe7b574ab51a0c38096fa42a5fd205204af35b9e1bfb94, en de alinea staat in dat document op bytes 110968 tot 112123.