Citaat | Gerechtshof Amsterdam 4 december 2017

Onder 13.3. Gerechtshof Amsterdam 4 december 2017

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 4 december 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:5021.

Het hof volgt overigens niet de stelling van de verdediging dat uit de jurisprudentie van het EHRM met betrekking tot de levenslange gevangenisstraf volgt dat oplegging daarvan uitsluitend in overeenstemming met artikel 3 van het EVRM kan zijn indien een herbeoordeling plaatsvindt door een onafhankelijke rechter. Die eis volgt niet uit de Straatsburgse rechtspraak. In zijn meest recente uitspraak terzake van 23 mei 2017 (Matiošaitis t. Litouwen ) verwijst het EHRM voor de algemene uitgangspunten naar zijn eerdere uitspraken in de zaken Murray t. Nederland van 26 april 2016 en Hutchinson t. VK van 17 januari 2017 . Het EHRM overwoog daarin uitdrukkelijk dat het aan de lidstaten is om te bepalen of de herbeoordeling van een levenslange gevangenisstraf geschiedt door een bestuurlijke dan wel een rechterlijke autoriteit ( “It is for the States to decide – and not for the Court to prescribe – what form (executive or judicial) that review should take.” ) Door de verdediging is niet betwist – en het hof gaat ervan uit - dat de (thans) minister van Justitie en Veiligheid kwalificeert als een bestuurlijke autoriteit in de door het EHRM bedoelde zin.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/40dbd3d63b77e289abfe7b574ab51a0c38096fa42a5fd205204af35b9e1bfb94. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 40dbd3d63b77e289abfe7b574ab51a0c38096fa42a5fd205204af35b9e1bfb94, en de alinea staat in dat document op bytes 136590 tot 137995.