Citaat | Gerechtshof Amsterdam 4 december 2017

Onder 6.2.2 Gerechtshof Amsterdam 4 december 2017

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 4 december 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:5021.

Ad a. Het toxicologisch onderzoek heeft weliswaar de aanwezigheid van succinylmonocholine – een omzettingsproduct van het geneesmiddel succinylcholine – in het lichaam van [slachtoffer 1] aangetoond, maar dit betekent nog niet dat [slachtoffer 1] daadwerkelijk aan succinylcholine is blootgesteld. De gemeten concentraties succinylmonocholine waren dermate gering, dat het riskant is daaraan verregaande conclusies te verbinden, temeer nu bekend is dat succinylmonocholine ook post mortem in het lichaam kan ontstaan. Bovendien volgt uit de productinformatie ( Summary of product characteristics ) dat ongeveer 10% van de toegediende dosis onveranderd wordt uitgescheiden in de urine. Het feit dat in de urine van [slachtoffer 1] geen sporen van succinylcholine zijn aangetroffen, levert derhalve een sterke aanwijzing op dat hij niet aan die stof is blootgesteld. De afwezigheid van succinylcholine in de urine maakt het zeer waarschijnlijk dat de aanwezigheid van succinylmonocholine op andere plaatsen in het lichaam van [slachtoffer 1] post mortem is ontstaan door micro-organismen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/40dbd3d63b77e289abfe7b574ab51a0c38096fa42a5fd205204af35b9e1bfb94. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 40dbd3d63b77e289abfe7b574ab51a0c38096fa42a5fd205204af35b9e1bfb94, en de alinea staat in dat document op bytes 24418 tot 25555.