Citaat | Gerechtshof Amsterdam 20 maart 2017

Alinea 104 Gerechtshof Amsterdam 20 maart 2017

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 20 maart 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:797.

Anders dan de advocaat-generaal heeft geïmpliceerd is het hof van oordeel dat het te ver voert om van de getuige die zich op een op artikel 219 Sv gestoeld verschoningsrecht wil beroepen in alle gevallen te verlangen dat hij inzicht in de achtergrond en motieven daarvan geeft. Voldoende is dat aannemelijk is geworden dat de getuige zichzelf, een familielid, een echtgenoot of een geregistreerd partner aan het gevaar van een strafrechtelijke veroordeling blootstelt. In voorkomend geval kan ook zonder een toelichting van de getuige zo’n gevaar aannemelijk zijn. In andere gevallen is dat gevaar minder evident en is een dergelijke toelichting wel benodigd om het beroep op het verschoningsrecht te kunnen toetsen. Wanneer, zoals in deze zaak, deze toets door de rechter wordt verricht in het kader van de beoordeling van een op artikel 192 Sr toegesneden tenlastelegging, zal hij op basis van de informatie die ten tijde van die beoordeling beschikbaar is moeten nagaan of aannemelijk is dat genoemd gevaar op het moment dat de verdachte geroepen was als getuige een verklaring af te leggen aanwezig was. Die informatie kan mede bestaan uit de toelichting die een verdachte in een later stadium alsnog op een in de hoedanigheid van getuige gedaan beroep op een verschoningsrecht heeft gegeven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7e4fafb23ae94e499f1a64b658d289e4dba5f0210383c3736b87dd0af0816607. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7e4fafb23ae94e499f1a64b658d289e4dba5f0210383c3736b87dd0af0816607, en de alinea staat in dat document op bytes 36580 tot 37892.