Citaat | Gerechtshof Amsterdam 20 maart 2017

Alinea 136 Gerechtshof Amsterdam 20 maart 2017

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 20 maart 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:797.

Hoewel het hof er in de voorliggende zaak strikt juridisch genomen niet toe geroepen is te beoordelen of het vergrijp dat de verdachte, zo wordt bij onderhavig arrest bewezen verklaard, op 9 april 2015 heeft begaan, één voortgezette handeling vormt met de op 14 mei en 2 juni 2014 gepleegde feiten, kan er niet aan voorbij worden gezien dat de handelwijze van de verdachte op die drie data de uiting is van één en hetzelfde ongeoorloofde wilsbesluit, te weten om in het Passage-proces de hem als getuige gestelde vragen niet te beantwoorden en zich in dat verband in het algemeen te beroepen op een verschoningsrecht. Daarnaast is de aard van de feiten die bij de twee arresten van heden bewezen worden verklaard identiek. Naar aanleiding van het ongeoorloofde wilsbesluit wordt de verdachte bij het onder parketnummer 23-001760-15 gewezen arrest reeds een gevangenisstraf van 5 weken opgelegd. Het hof ziet in het licht van dit alles geen aanleiding de verdachte bij onderhavig arrest naar aanleiding van datzelfde wilsbesluit nogmaals te bestraffen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7e4fafb23ae94e499f1a64b658d289e4dba5f0210383c3736b87dd0af0816607. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7e4fafb23ae94e499f1a64b658d289e4dba5f0210383c3736b87dd0af0816607, en de alinea staat in dat document op bytes 49342 tot 50410.