Citaat | Gerechtshof Amsterdam 20 maart 2017
Alinea 24 Gerechtshof Amsterdam 20 maart 2017
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 20 maart 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:797.
Op 9 april 2015 is de verdachte opnieuw op de terechtzitting van het gerechtshof Amsterdam in het JCS verschenen om in het Passage-proces als getuige een verklaring af te leggen in de zaken tegen de verdachten [verdachte 2] , Ros, [verdachte 3] , [verdachte 5] en [verdachte 6] voornoemd. Daar heeft hij op door de wet voorgeschreven wijze de belofte afgelegd dat hij de gehele waarheid en niets dan de waarheid zou verklaren. Vervolgens heeft hij, anders dan op vragen naar zijn personalia, op geen enkele vraag antwoord willen geven, opnieuw omdat hij, zo deelde hij mede, van mening was dat hem een beroep op een verschoningsrecht toekwam. Hij heeft ook toen niet willen toelichten waarom hij van mening was dat hem een beroep een verschoningsrecht toekwam.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7e4fafb23ae94e499f1a64b658d289e4dba5f0210383c3736b87dd0af0816607. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7e4fafb23ae94e499f1a64b658d289e4dba5f0210383c3736b87dd0af0816607, en de alinea staat in dat document op bytes 11307 tot 12080.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7e4fafb23ae94e499f1a64b658d289e4dba5f0210383c3736b87dd0af0816607 | shasum -a 256