Citaat | Gerechtshof Amsterdam 20 maart 2017
Alinea 56 Gerechtshof Amsterdam 20 maart 2017
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 20 maart 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:797.
Zo’n uitzonderlijk geval doet zich onder andere voor wanneer de vervolging wordt ingesteld of voortgezet terwijl geen redelijk handelend lid van het openbaar ministerie heeft kunnen oordelen dat met (voortzetting van) de vervolging enig door strafrechtelijke handhaving beschermd belang gediend kan zijn. In het geval van een zodanige, aperte onevenredigheid van de vervolgingsbeslissing is de (verdere) vervolging onverenigbaar met het verbod van willekeur (dat in de strafrechtspraak in dit verband ook wel wordt omschreven als het beginsel van een redelijke en billijke belangenafweging).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7e4fafb23ae94e499f1a64b658d289e4dba5f0210383c3736b87dd0af0816607. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7e4fafb23ae94e499f1a64b658d289e4dba5f0210383c3736b87dd0af0816607, en de alinea staat in dat document op bytes 21695 tot 22302.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7e4fafb23ae94e499f1a64b658d289e4dba5f0210383c3736b87dd0af0816607 | shasum -a 256