Citaat | Gerechtshof Amsterdam 20 maart 2017
Alinea 57 Gerechtshof Amsterdam 20 maart 2017
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 20 maart 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:797.
Geen van de onder (a) tot en met (c) genoemde gronden leidt tot de conclusie dat de vervolging van de verdachte ter zake van het opzettelijk niet voldoen aan een wettelijke verplichting als apert onevenredig moet worden bestempeld. Daarbij is in aanmerking genomen dat het – zoals hierna ook zal blijken – ten tijde van de vervolgingsbeslissing geen uitgemaakte zaak was dat het bepaalde in artikel 192 Sr niet ziet op getuigen die wel zijn verschenen, maar geen verklaring afleggen en evenmin dat de verdachte zich op 9 april 2015 op goede gronden zou kunnen beroepen op een verschoningsrecht. De onder (d) genoemde reden leidt evenmin tot evenbedoelde conclusie. De ratio van de bevoegdheid de gijzeling van een getuige te bevelen is gelegen is in diens belemmering van de waarheidsvinding in een strafproces. Door middel van gijzeling wordt getracht de getuige alsnog tot medewerking te bewegen. Hoewel gijzeling vrijheidsbeneming met zich brengt, heeft de toepassing daarvan, anders dan de verdediging kennelijk veronderstelt, veeleer een instrumenteel dan een punitief karakter. Van een eerdere vervolging en berechting ter zake van het feit waarover het hof thans heeft te oordelen is geen sprake.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7e4fafb23ae94e499f1a64b658d289e4dba5f0210383c3736b87dd0af0816607. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7e4fafb23ae94e499f1a64b658d289e4dba5f0210383c3736b87dd0af0816607, en de alinea staat in dat document op bytes 22359 tot 23579.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7e4fafb23ae94e499f1a64b658d289e4dba5f0210383c3736b87dd0af0816607 | shasum -a 256