Citaat | Gerechtshof Amsterdam 20 maart 2017
Alinea 78 Gerechtshof Amsterdam 20 maart 2017
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 20 maart 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:797.
Hoewel in de tekst van artikel 192, eerste lid, Sr slechts met zoveel woorden wordt gerept van “hij die, wettelijk als getuige (…) [is] opgeroepen” brengt redelijke wetsuitleg naar het oordeel van het hof mee dat met dat geval moet worden gelijkgesteld de situatie waarin de rechter heeft bepaald dat een persoon als getuige dient te worden gehoord, die persoon daarvan en van de plaats, de dag en het tijdstip van de terechtzitting op enigerlei wijze op de hoogte is geraakt en die persoon op die terechtzitting als getuige is verschenen. Van deze laatste situatie is in deze zaak sprake, zodat het verweer geen opgeld doet en wordt verworpen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7e4fafb23ae94e499f1a64b658d289e4dba5f0210383c3736b87dd0af0816607. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7e4fafb23ae94e499f1a64b658d289e4dba5f0210383c3736b87dd0af0816607, en de alinea staat in dat document op bytes 27757 tot 28433.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7e4fafb23ae94e499f1a64b658d289e4dba5f0210383c3736b87dd0af0816607 | shasum -a 256