Citaat | Gerechtshof Amsterdam 14 maart 2017

Onder 3.3. Gerechtshof Amsterdam 14 maart 2017

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 14 maart 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:821.

Het hof ziet aanleiding eerst de incidentele grieven B, G, H, I, J en L gezamenlijk te beoordelen. Krachtens vaste rechtspraak wordt aan grieven als eis gesteld dat daarin de gronden die de appellant aanvoert ten betoge dat de bestreden uitspraak behoort te worden vernietigd, behoorlijk in het geding naar voren worden gebracht, zodat zij voor de appelrechter en de wederpartij, die immers moet weten waartegen zij zich heeft te verweren, voldoende kenbaar zijn (vgl. HR 5 december 2003, NJ 2004, 76, HR 14 oktober 2005, NJ 2006, 620 en HR 3 februari 2006, NJ 2006, 120). Voormelde grieven voldoen niet aan deze eis, nu [X] geen concrete bezwaren tegen het bestreden vonnis heeft geformuleerd, als gevolg waarvan niet duidelijk is tegen welk onderdeel van het vonnis gegriefd wordt en op welk(e) punt(en) het vonnis onjuist zou zijn, zodat het hof deze incidentele grieven verder buiten beschouwing zal laten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7e7f6081fed98e5b46a1a1c50734da7fa15efc99268a712545703b24062064b2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7e7f6081fed98e5b46a1a1c50734da7fa15efc99268a712545703b24062064b2, en de alinea staat in dat document op bytes 28648 tot 29573.