Citaat | Gerechtshof Amsterdam 14 maart 2017

Onder 3.15. Gerechtshof Amsterdam 14 maart 2017

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 14 maart 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:821.

Grief 10 in principaal appel strekt ten betoge dat de rechtbank Albert Heijn ten onrechte niet ontvankelijk heeft verklaard in de vordering in reconventie (r.o. 4.34). Albert Heijn heeft in eerste aanleg betaling gevorderd van facturen tot een bedrag van € 127.026,43. De rechtbank heeft - kort gezegd - geoordeeld dat [X] niet betwist heeft dat hij voormeld bedrag verschuldigd is, echter dat hij zich terecht op opschorting heeft beroepen vanwege de (geschatte omvang van de) vordering van [X] op Albert Heijn. Gelet op hetgeen het hof hiervoor heeft overwogen, waarbij niet is gebleken van een vordering van [X] op Albert Heijn, heeft [X] zich ten onrechte op een opschortingsrecht beroepen, zodat de grief slaagt. Het hof zal [X] dan ook alsnog tot betaling van voormeld bedrag veroordelen, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente aangezien tegen de verschuldigdheid daarvan geen afzonderlijk verweer is gericht, noch in appel nog in eerste aanleg.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7e7f6081fed98e5b46a1a1c50734da7fa15efc99268a712545703b24062064b2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7e7f6081fed98e5b46a1a1c50734da7fa15efc99268a712545703b24062064b2, en de alinea staat in dat document op bytes 42250 tot 43226.