Citaat | Gerechtshof Amsterdam 8 februari 2018

Onder 2.10. Gerechtshof Amsterdam 8 februari 2018

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 8 februari 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:1069.

- U vraagt mij of ik nog steeds de stelling inneem dat vanwege de onvoorziene omstandigheid dat de bouwbestemming van de ‘ [grondpercelen] ’ geen doorgang heeft gevonden er dus sprake van dwaling is geweest. Neen, die stelling neem ik niet meer in. Een onzekere toekomstige omstandigheid, zo omschrijf ik het maar, kan geen grond voor dwaling opleveren gelet op artikel 6:228, tweede lid, van het BW. Dat erken ik. De zaak is mij inmiddels, pas na al die jaren, wel volledig duidelijk geworden. (…)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6e5cbe5d69fcc36d592fa05c7c9b5bb772a2d57343b6e32247d19f124c9bdfeb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6e5cbe5d69fcc36d592fa05c7c9b5bb772a2d57343b6e32247d19f124c9bdfeb, en de alinea staat in dat document op bytes 33072 tot 33590.