Citaat | Gerechtshof Amsterdam 8 februari 2018

Onder 2.4.1. Gerechtshof Amsterdam 8 februari 2018

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 8 februari 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:1069.

Bij de beoordeling van het middel wordt vooropgesteld dat van een partij die bewijs door getuigen aanbiedt in beginsel mag worden verwacht dat zij voldoende concreet vermeldt op welke van haar stellingen dit bewijsaanbod betrekking heeft en, voor zover mogelijk, wie daarover een verklaring zouden kunnen afleggen. In het algemeen zal echter niet mogen worden verlangd dat daarbij ook wordt vermeld wat daarover door getuigen zal kunnen worden verklaard (zie HR 10 oktober 2014, nr. 13/05775, ECLI:NL:HR:2014:2924, BNB 2014/253).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6e5cbe5d69fcc36d592fa05c7c9b5bb772a2d57343b6e32247d19f124c9bdfeb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6e5cbe5d69fcc36d592fa05c7c9b5bb772a2d57343b6e32247d19f124c9bdfeb, en de alinea staat in dat document op bytes 42275 tot 42817.