Citaat | Gerechtshof Amsterdam 8 februari 2018

Onder 2.4.2. Gerechtshof Amsterdam 8 februari 2018

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 8 februari 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:1069.

Uit de gedingstukken blijkt dat belanghebbende niet concreet heeft vermeld waarover de getuigen zouden kunnen verklaren. De stukken van het geding laten echter geen andere conclusie toe dan dat belanghebbendes bewijsaanbod betrekking had op de totstandkoming en de inhoud van de vaststellingsovereenkomst. Voorts blijkt uit ’s Hofs uitspraak of de stukken van het geding niet dat het Hof belanghebbende heeft gevraagd om opheldering van de vragen die het bewijsaanbod kennelijk bij het Hof opriep. Onder deze omstandigheden kon het Hof niet zonder nadere motivering, die ontbreekt, tot zijn oordeel komen dat het getuigenaanbod onvoldoende is gespecificeerd. Voor zover het Hof ervan is uitgegaan dat belanghebbende had dienen toe te lichten wat de getuigen zouden kunnen verklaren, berust dat, gelet op wat hiervoor in onderdeel 2.4.1 is vooropgesteld, op een onjuiste rechtsopvatting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6e5cbe5d69fcc36d592fa05c7c9b5bb772a2d57343b6e32247d19f124c9bdfeb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6e5cbe5d69fcc36d592fa05c7c9b5bb772a2d57343b6e32247d19f124c9bdfeb, en de alinea staat in dat document op bytes 42909 tot 43811.