Citaat | Gerechtshof Amsterdam 8 februari 2018

Onder 3.3.5. Gerechtshof Amsterdam 8 februari 2018

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 8 februari 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:1069.

Voor zover het hiervoor in 3.3.1 bedoelde aanbod moet worden opgevat als een verzoek aan het Hof om getuigen op te roepen op de voet van artikel 8:63, lid 3, Awb, heeft het volgende te gelden. Het staat de rechter vrij alleen dan (zelf) een getuige op te roepen indien hem dit in het kader van de op hem rustende taak zinvol voorkomt (zie HR 13 maart 2009, nr. 43313, ECLI:NL:HR:2009:BH5559, BNB 2010/4). Bij de beoordeling van het verzoek mag de rechter laten meewegen dat de desbetreffende partij zelf geen pogingen heeft ondernomen om ervoor te zorgen dat de getuige ter zitting aanwezig is.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6e5cbe5d69fcc36d592fa05c7c9b5bb772a2d57343b6e32247d19f124c9bdfeb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6e5cbe5d69fcc36d592fa05c7c9b5bb772a2d57343b6e32247d19f124c9bdfeb, en de alinea staat in dat document op bytes 49501 tot 50111.