Citaat | Gerechtshof Amsterdam 8 februari 2018
Onder 5.1.9. Gerechtshof Amsterdam 8 februari 2018
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 8 februari 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:1069.
Gelet op de rechtsstrijd tussen partijen, had belanghebbende het eerst op 20 november respectievelijk 21 november 2017 aangeboden bewijs naar ’s Hofs oordeel eerder kunnen en moeten aanbieden. Niet aannemelijk is geworden dat de gemachtigde, wiens handelen zoals hiervoor overwogen aan belanghebbende dient te worden toegerekend, niet op een eerder tijdstip (in elk gevel: na maart 2017) in staat was om het Hof te verzoeken [getuige 2] en [getuige 1] als getuigen te mogen horen en deze personen als getuige op te roepen. De gemachtigde heeft het daardoor over zichzelf afgeroepen dat deze twee personen niet ter zitting zijn verschenen door deze pas bij de hiervoor genoemde brieven op te roepen, terwijl hij al in maart 2017 behoorde te beseffen dat het horen van deze getuigen in zijn opvatting voor hem van belang was. Dit nog daargelaten dat gemachtigde geen redenen heeft aangevoerd waarom hij – zoals de inspecteur heeft gesteld – ter zake van [getuige 2] niet reeds tijdens de procedure bij gerechtshof Den Haag een verzoek had kunnen en behoren te doen tot het horen als getuige.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6e5cbe5d69fcc36d592fa05c7c9b5bb772a2d57343b6e32247d19f124c9bdfeb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6e5cbe5d69fcc36d592fa05c7c9b5bb772a2d57343b6e32247d19f124c9bdfeb, en de alinea staat in dat document op bytes 55850 tot 56959.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6e5cbe5d69fcc36d592fa05c7c9b5bb772a2d57343b6e32247d19f124c9bdfeb | shasum -a 256