Citaat | Gerechtshof Amsterdam 8 februari 2018

Onder 5.2.8. Gerechtshof Amsterdam 8 februari 2018

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 8 februari 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:1069.

Wat betreft het onder 5.2.4 ad a vermelde standpunt van belanghebbende oordeelt het Hof als volgt. Ook indien ervan wordt uitgegaan dat belanghebbende ten tijde van het sluiten van de VSO dwaalde over de beschikkingsbevoegdheid ter zake van de grondpercelen, en gesteld al dat deze dwaling kenbaar was voor de Belastingdienst (terwijl de gemachtigde stelt dat hij pas in maart 2017 op de hoogte is geraakt van dit ontbreken van beschikkingsbevoegdheid), dan nog stuit een geslaagd beroep op dwaling af op hetgeen is bepaald in artikel 6:228, tweede lid, BW. Een dergelijke (essentiële) dwaling omtrent de eigen betalingscapaciteit behoort namelijk naar de in het maatschappelijk verkeer geldende opvattingen voor rekening van de dwalende te blijven. Het verzoek van belanghebbende tot het horen van getuigen over het ontbreken van beschikkingsbevoegdheid van belanghebbende ter zake van de grondpercelen wordt derhalve ook op deze inhoudelijke grond door het Hof gepasseerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6e5cbe5d69fcc36d592fa05c7c9b5bb772a2d57343b6e32247d19f124c9bdfeb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6e5cbe5d69fcc36d592fa05c7c9b5bb772a2d57343b6e32247d19f124c9bdfeb, en de alinea staat in dat document op bytes 64154 tot 65143.