Citaat | Gerechtshof Amsterdam 27 maart 2018
Alinea 104 Gerechtshof Amsterdam 27 maart 2018
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 27 maart 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:1083.
Medeplegen kan worden bewezenverklaard indien is komen vast te staan dat bij het begaan van een strafbaar feit sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. Ook indien het ten laste gelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering tijdens het begaan van het strafbare feit, maar uit gedragingen die doorgaans met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht (zoals het verstrekken van inlichtingen, op de uitkijk staan, helpen bij de vlucht), kan sprake zijn van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking. De materiële of intellectuele bijdrage van de verdachte aan het strafbare feit zal dan van voldoende gewicht moeten zijn. Bij de beoordeling of daaraan is voldaan, kan rekening worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ffdf5636d68d5b8248047248159e582d8a9094159255ea6ec50a86110525b65. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ffdf5636d68d5b8248047248159e582d8a9094159255ea6ec50a86110525b65, en de alinea staat in dat document op bytes 27445 tot 28535.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0ffdf5636d68d5b8248047248159e582d8a9094159255ea6ec50a86110525b65 | shasum -a 256