Citaat | Gerechtshof Amsterdam 27 maart 2018

Alinea 89 Gerechtshof Amsterdam 27 maart 2018

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 27 maart 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:1083.

De tenlastelegging strekt er toe voor de procesdeelnemers – zowel voor het openbaar ministerie en de rechter als voor de verdachte en eventueel de benadeelde partij – de inzet van het geding en de te volgen beslissingsstructuur met de vereiste duidelijkheid vast te leggen. Met het oog daarop dient de dagvaarding ingevolge artikel 261, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering een opgave te bevatten van het feit dat ten laste wordt gelegd, met vermelding omstreeks welke tijd en waar ter plaatse alsmede de omstandigheden waaronder het zou zijn begaan. In het verlengde daarvan ligt het doel dat de verdediging zich concreet op de strafzaak moet kunnen voorbereiden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ffdf5636d68d5b8248047248159e582d8a9094159255ea6ec50a86110525b65. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ffdf5636d68d5b8248047248159e582d8a9094159255ea6ec50a86110525b65, en de alinea staat in dat document op bytes 20283 tot 20975.