Citaat | Gerechtshof Amsterdam 27 maart 2018

Alinea 95 Gerechtshof Amsterdam 27 maart 2018

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 27 maart 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:1083.

De bedragen die in de tenlastelegging zijn genoemd, zijn geldbedragen die onmiddellijk afkomstig zijn uit misdrijven die aan de verdachte ten laste zijn gelegd. Dat de geldbedragen door de aanvragers aan verdachte zijn overhandigd, of op zijn bankrekening zijn gestort, betekent niet zonder meer dat deze niet langer ‘onmiddellijk’ afkomstig zijn uit een door de verdachte zelf gepleegd misdrijf. Het gaat immers om de verdeling van geld dat afkomstig is van een gezamenlijk gepleegd misdrijf. Het hof heeft in de dossierstukken en in hetgeen ter zitting is besproken, geen bewijs gevonden waaruit volgt dat de verdachte de criminele herkomst van de geldbedragen daadwerkelijk heeft verborgen of verhuld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ffdf5636d68d5b8248047248159e582d8a9094159255ea6ec50a86110525b65. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ffdf5636d68d5b8248047248159e582d8a9094159255ea6ec50a86110525b65, en de alinea staat in dat document op bytes 22901 tot 23623.