Citaat | Gerechtshof Amsterdam 23 januari 2018

Onder 4 Gerechtshof Amsterdam 23 januari 2018

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 23 januari 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:146.

“2.3.1. De heffing van inkomstenbelasting over de inkomsten uit sparen en beleggen vindt met ingang van 2001 op forfaitaire wijze plaats in box 3. […] Dit forfaitaire stelsel is naar de opzet van de wetgever ‘robuust’ en daardoor enigszins ruw, aangezien het niet afhankelijk is gesteld van het werkelijke rendement van de bezittingen gedurende het jaar. De wetgever achtte dat uitgangspunt gerechtvaardigd omdat:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4439fa5ff4b99cf1798d19385fc78485111799b835220f52d1948622ae64c517. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4439fa5ff4b99cf1798d19385fc78485111799b835220f52d1948622ae64c517, en de alinea staat in dat document op bytes 45681 tot 46116.