Citaat | Gerechtshof Amsterdam 26 juni 2018
Alinea 40 Gerechtshof Amsterdam 26 juni 2018
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 26 juni 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:2091.
De verdachte heeft op 4 juli 2016 welbewust de confrontatie met [slachtoffer] opgezocht door scheldend en tierend achter [slachtoffer] en [getuige 1] aan te lopen. Daarmee heeft de verdachte zich in een situatie gebracht waarin het aan hem alleen is te wijten dat die confrontatie uitliep op het neersteken van [slachtoffer]. Daarbij komt dat hetgeen [slachtoffer] deed – zich omdraaien en de verdachte aanspreken en vervolgens in gevecht raken met de verdachte die op dat moment al een mes in zijn handen had – niet kan worden gezien als een wederrechtelijke ogenblikkelijke aanranding van de verdachte. Bovendien had de verdachte in de gegeven omstandigheden een alternatief voor deze confrontatie. Toen [slachtoffer] zich omdraaide had de verdachte voldoende gelegenheid om zich daaraan te onttrekken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1de3a415a101d0cb8e20ae91150cc1a0030e908309c253cc78eb43f3b173ca2d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1de3a415a101d0cb8e20ae91150cc1a0030e908309c253cc78eb43f3b173ca2d, en de alinea staat in dat document op bytes 13837 tot 14722.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1de3a415a101d0cb8e20ae91150cc1a0030e908309c253cc78eb43f3b173ca2d | shasum -a 256