Citaat | Gerechtshof Amsterdam 5 juni 2018

Onder 5.4 Gerechtshof Amsterdam 5 juni 2018

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 5 juni 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:2145.

De man meent dat de Nederlandse rechter op grond van artikel 8 Brussel II-bis bevoegd is om van het verzoek met betrekking tot de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] kennis te nemen, zodat de rechtbank daar terecht een beslissing op heeft genomen. In tegenstelling tot hetgeen de vrouw stelt, kunnen de uitspraken van de Russische rechter geen stand houden in Nederland nu de Russische rechter er van uit is gegaan dat [de minderjarige] en de vrouw in [plaats] zouden wonen. Nu [de minderjarige] al geruime tijd in Nederland woont en hier naar school gaat, is het niet in haar belang om de Russische uitspraken in stand te laten, aldus de man.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/06ff1d90e4768ee4c07dcc8b201745eb9d370aa8ab2d4cc81a05d330f7bc7d01. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 06ff1d90e4768ee4c07dcc8b201745eb9d370aa8ab2d4cc81a05d330f7bc7d01, en de alinea staat in dat document op bytes 19128 tot 19791.