Citaat | Gerechtshof Amsterdam 5 juni 2018

Onder 5.5 Gerechtshof Amsterdam 5 juni 2018

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 5 juni 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:2145.

Het verzoek van de man om de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij hem te bepalen betreft de ‘ouderlijke verantwoordelijkheid’ als bedoeld in artikel 2, aanhef en onder 7, in verbinding met artikel 8 lid 1 Brussel II-bis, zodat dit verzoek binnen de materiele reikwijdte van Brussel II-bis valt. Op grond van laatstgenoemd artikel zijn bevoegd de gerechten van de lidstaat op het grondgebied waarvan het kind zijn gewone verblijfplaats heeft op het tijdstip dat de zaak bij het gerecht aanhangig wordt gemaakt. Het feit dat het verzoek van de man omtrent de vaststelling van de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] in eerste aanleg als nevenverzoek bij het echtscheidingsverzoek is ingediend, is hiertoe niet relevant nu het ontbreken van bevoegdheid ten aanzien van een echtscheidingsverzoek blijkens de uitspraak van de Hoge Raad van 12 januari 2018 (ECLI:NL:HR:2018:31) niet aan de aan artikel 8 lid 1 Brussel II-bis ontleende bevoegdheid in de weg staat. De eerste vraag die aldus door het hof beantwoord dient te worden, is of [de minderjarige] ten tijde van de indiening van het verzoekschrift van de man bij de rechtbank Amsterdam (te weten op 29 augustus 2016) haar gewone verblijfplaats, zoals bedoeld in artikel 8 lid 1 Brussel II-bis, in Nederland had.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/06ff1d90e4768ee4c07dcc8b201745eb9d370aa8ab2d4cc81a05d330f7bc7d01. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 06ff1d90e4768ee4c07dcc8b201745eb9d370aa8ab2d4cc81a05d330f7bc7d01, en de alinea staat in dat document op bytes 19963 tot 21257.