Citaat | Gerechtshof Amsterdam 5 juni 2018
Onder 5.9 Gerechtshof Amsterdam 5 juni 2018
Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 5 juni 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:2145.
Op grond van artikel 1:253a BW kan de rechter op verzoek van de ouders of een van hen een regeling vaststellen inzake de uitoefening van het gezag. Deze regeling kan de beslissing bij welke ouder het kind zijn hoofdverblijfplaats heeft omvatten. De rechter dient een zodanige beslissing te nemen als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt. De rechter zal daarbij alle omstandigheden van het geval in acht dienen te nemen, wat ertoe kan leiden dat andere belangen zwaarder wegen dan het belang van het kind, hoezeer ook dat belang een overweging van de eerste orde dient te zijn bij de te verrichten afweging van belangen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/06ff1d90e4768ee4c07dcc8b201745eb9d370aa8ab2d4cc81a05d330f7bc7d01. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 06ff1d90e4768ee4c07dcc8b201745eb9d370aa8ab2d4cc81a05d330f7bc7d01, en de alinea staat in dat document op bytes 28414 tot 29060.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/06ff1d90e4768ee4c07dcc8b201745eb9d370aa8ab2d4cc81a05d330f7bc7d01 | shasum -a 256