Citaat | Gerechtshof Amsterdam 5 juni 2018

Onder 5.10 Gerechtshof Amsterdam 5 juni 2018

Een alinea uit Gerechtshof Amsterdam 5 juni 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:2145.

De vrouw betoogt dat het in het belang van [de minderjarige] is dat haar hoofdverblijf bij haar wordt vastgesteld en voert daartoe onder meer het volgende aan. De vrouw is in september 2017 samen met haar nieuwe partner en het halfzusje van [de minderjarige] naar [woonplaats a] verhuisd vanwege de onmogelijkheid in [woonplaats b] een huis te kopen. Als duidelijk is geworden dat [de minderjarige] haar hoofdverblijfplaats bij de vrouw heeft, zal zij ook in [woonplaats a] naar school gaan. Dit is beter voor [de minderjarige] aangezien het niet zeker is dat de man in de buurt van de huidige school zal blijven wonen. De situatie van de vrouw is echter stabiel, zodat [de minderjarige] haar gehele schoolperiode naar dezelfde school in [woonplaats a] zal kunnen gaan en ook haar halfzusje zal naar een school in de buurt gaan. Daarbij komt dat het voor de vrouw en voor [de minderjarige] zeer belastend is om meerdere keren per week vanuit [woonplaats a] naar de school in [woonplaats b] te moeten gaan, aangezien de vrouw niet beschikt over een Nederlands rijbewijs en een auto. De vrouw is aldus genoodzaakt om [de minderjarige] samen met de baby met het openbaar vervoer naar school te brengen, waardoor zij per keer twee uur onderweg is. De man heeft daarentegen een Nederlands rijbewijs en kan [de minderjarige] met de auto naar school brengen, wat slechts 20 minuten duurt, aldus de vrouw.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/06ff1d90e4768ee4c07dcc8b201745eb9d370aa8ab2d4cc81a05d330f7bc7d01. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 06ff1d90e4768ee4c07dcc8b201745eb9d370aa8ab2d4cc81a05d330f7bc7d01, en de alinea staat in dat document op bytes 29140 tot 30551.